Kennisbank

Begrippenlijst: alle termen bij het verkopen van je huis

Bij het verkopen van een huis komen in korte tijd tientallen termen voorbij: kosten koper, ontbindende voorwaarden, leegwaarderatio, boeterente. Hieronder staan ze bij elkaar, gegroepeerd per thema en uitgelegd in gewone taal.

Zoek je één woord, gebruik dan de zoekfunctie van je browser met Ctrl+F of Command+F. Lees je van boven naar beneden, dan loopt de volgorde mee met een verkoop, van verkoopvorm tot notaris. Staat er een link bij een begrip, dan hebben we er een uitgebreider artikel over.

Verkoopvormen en partijen

Woningopkoper. Een woningopkoper koopt woningen met eigen middelen, zonder hypotheek en zonder tussenpersoon. Je komt dezelfde partij tegen als huisopkoper, huizenopkoper, vastgoedopkoper of kortweg opkoper. Hoe zo'n koper werkt, staat in wat is een woningopkoper; Nationale Woninggroep (NWG) is er zelf een.

Direct verkopen. Je sluit de koop met de koper zelf, zonder je woning eerst op de markt te zetten. Geen verkoopcampagne, geen reeks bezichtigingen en geen wachten op een hypotheekaanvraag, zoals beschreven op huis verkopen aan een opkoper.

Snel verkopen. Snel verkopen betekent een korte tijd tussen bod en overdracht, doordat de koper geen financiering hoeft te regelen. De planning hangt dan af van de notaris en van jouw wensen. Zie huis snel verkopen.

Verkopen zonder makelaar. Je regelt prijs, kopers, onderhandeling en contract zelf. Je bespaart courtage en steekt er eigen tijd en aandacht in. Huis verkopen zonder makelaar zet op een rij wat er dan bij je ligt.

Verkoopmakelaar. De verkoopmakelaar begeleidt jouw verkoop: waardebepaling, presentatie, bezichtigingen en onderhandeling. Omdat meerdere gegadigden tegen elkaar kunnen bieden, levert deze route gemiddeld de hoogste prijs op; courtage en een langere doorlooptijd staan daartegenover. Opkoper of makelaar zet beide routes naast elkaar.

Aankoopmakelaar. De aankoopmakelaar werkt voor de koper: zoeken, beoordelen en namens hem onderhandelen. Als verkoper betaal je hem niet. Wat een koper kwijt is, staat in wat kost een aankoopmakelaar.

Sale and leaseback. Sale and leaseback is je huis verkopen en het daarna terughuren van de koper. Je maakt de waarde van je woning vrij en blijft er wonen, met een huurcontract in plaats van een hypotheek. Zie wat is sale and leaseback en huis verkopen en terughuren.

Stille verkoop. Bij stille verkoop bied je je woning aan zonder openbare advertentie, buiten de grote woningsites om. Dat geeft rust, maar verkleint het bereik. Zie wat is stille verkoop.

Funda. Funda is het platform waarop het aanbod van aangesloten makelaars samenkomt en waar veel kopers zoeken. Je plaatst je woning er niet zelf op; dat loopt via een aangesloten makelaar.

Bezichtiging. Het bezoek waarbij een geïnteresseerde koper de woning van binnen bekijkt. Via de vrije markt zijn dat er doorgaans meerdere; bij een directe verkoop blijft het bij één opname.

Verkoopklaar maken. Alles wat je doet om je woning beter te presenteren: opruimen, kleine reparaties, schilderwerk en goede foto's. Voor de vrije markt loont dat. Tien tips om je huis verkoopklaar te maken geeft een volgorde.

Waarde en prijs

Marktwaarde. Het bedrag dat je woning bij een normale verkoop op de vrije markt zou opbrengen. Het is een onderbouwde schatting, geen vaststaand bedrag. Zie wat is mijn huis waard.

WOZ-waarde. De waarde die je gemeente jaarlijks aan je woning toekent voor de belastingheffing, met als peildatum 1 januari van het voorgaande jaar. Daardoor loopt hij achter op de actuele markt. Zie wat is mijn WOZ-waarde.

Taxatie. Een waardebepaling door een onafhankelijke, gecertificeerde taxateur. Anders dan een vrijblijvende waardebepaling is een taxatie gebonden aan vaste regels en bruikbaar richting een geldverstrekker.

Taxatierapport. Het document waarin de taxateur de waarde onderbouwt met referentiewoningen, de staat van de woning en de omgeving. Een geldverstrekker vraagt er bij een hypotheek vrijwel altijd om. Zie wat kost een taxatierapport.

Desktoptaxatie. De taxateur bepaalt de waarde op afstand, op basis van gegevens en referenties, zonder de woning van binnen te zien. Sneller en goedkoper, maar niet in elke situatie toegestaan. Zie desktoptaxatie.

Vraagprijs. Het bedrag waarvoor je je woning aanbiedt. Juridisch is het een uitnodiging om een bod te doen, geen aanbod; je bent dus niet verplicht te verkopen aan wie de vraagprijs biedt.

Bieding (bod). Het bedrag dat een koper voor je woning overheeft, meestal met voorwaarden zoals een opleveringsdatum of voorbehouden. Pas als beide partijen tekenen, ligt de koop vast. Hoe een opkoper tot zijn bedrag komt, staat in wat betaalt een opkoper voor je huis.

Onderhandeling. Het over en weer doen van voorstellen over prijs, datum en voorwaarden. Niet alleen het bedrag telt: een bod zonder voorbehouden kan meer waard zijn dan een hoger bod met risico's.

Referentiewoningen. Vergelijkbare, recent verkochte woningen in de buurt; zij vormen de basis onder elke serieuze waardebepaling. Hoe je die prijzen zelf opzoekt, staat in verkoopprijzen van huizen opvragen.

Kadaster. Het Kadaster registreert wie eigenaar is van welk perceel en welke hypotheken en rechten erop rusten. Je kunt er koopsominformatie opvragen: verkoopprijzen van woningen per postcodegebied.

Kosten en belastingen

Kosten koper (k.k.). De koper betaalt de overdrachtskosten: overdrachtsbelasting, het notarishonorarium en de inschrijving bij het Kadaster. Bij bestaande woningen is dit de standaard. Notaris.nl legt kosten koper per onderdeel uit.

Vrij op naam (v.o.n.). De verkoper neemt de overdrachtskosten voor zijn rekening, zodat de koper alleen de koopsom betaalt. Je ziet het vooral bij nieuwbouw. Zie wat betekent vrij op naam.

Overdrachtsbelasting. De koper betaalt deze belasting bij de overdracht; het tarief hangt af van wat hij met de woning gaat doen. Jij betaalt hem niet, maar hij weegt mee in wat kopers kunnen bieden. De tarieven voor 2026 staan in overdrachtsbelasting: hoe zit het.

Courtage. De vergoeding voor je verkoopmakelaar, meestal een percentage van de verkoopprijs en verschuldigd zodra de verkoop rond is. De hoogte is vrij onderhandelbaar. Verkoop je rechtstreeks aan een opkoper, dan is er geen courtage.

Notariskosten. De kosten voor het opstellen en passeren van de leveringsakte en de hypotheekakte. Bij kosten koper betaalt de koper deze; de doorhaling van jouw eigen hypotheek komt voor jouw rekening.

Erfbelasting. Belasting over wat je uit een nalatenschap ontvangt, inclusief de waarde van een geërfde woning. Volgens de Belastingdienst moet de aangifte binnen 8 maanden na het overlijden binnen zijn bij een overlijden tot en met 2025, en binnen 20 maanden bij een overlijden vanaf 2026. Zie ook geërfd huis verkopen.

VvE (Vereniging van Eigenaars). Bij een appartement ben je automatisch lid van de Vereniging van Eigenaars, die het onderhoud van het gebouw regelt. Een koper wil weten hoe actief de VvE is en hoeveel er in het reservefonds zit.

Servicekosten. De periodieke bijdrage aan de VvE voor onderhoud, verzekering en het reservefonds, ook wel VvE-bijdrage genoemd. Ze lopen door tot de overdracht en worden bij de notaris verrekend.

Juridisch en notaris

Koopovereenkomst. Het contract waarin koper en verkoper de koopsom, de opleveringsdatum en alle voorwaarden vastleggen. Bij verkoop aan een particulier moet dat schriftelijk. Pas als beide partijen hebben getekend, ligt de koop vast.

Voorlopig koopcontract. Spreektaal voor diezelfde koopovereenkomst, en de naam is misleidend. Het woord voorlopig slaat op de periode vóór de levering bij de notaris, niet op de vrijblijvendheid ervan.

Bedenktijd. Na ondertekening heeft een particuliere koper 3 dagen wettelijke bedenktijd en kan hij zonder opgaaf van reden van de koop af, aldus de Rijksoverheid. De termijn begint de dag nadat hij het getekende contract heeft ontvangen. Als verkoper heb je die bedenktijd niet.

Ontbindende voorwaarden. Afspraken waarmee een partij de koop alsnog kosteloos kan terugdraaien, bijvoorbeeld als de financiering niet rondkomt of de keuring tegenvalt. Ze staan met een einddatum in het contract en vervallen daarna.

Financieringsvoorbehoud. De bekendste ontbindende voorwaarde: krijgt de koper zijn hypotheek niet rond, dan mag hij binnen de afgesproken termijn onder de koop uit. Voor jou is dat de grootste onzekerheid. Zie onder voorbehoud van financiering.

Waarborgsom. Een bedrag dat de koper bij de notaris stort als zekerheid dat hij zijn afspraken nakomt. Haakt hij af nadat zijn voorbehouden zijn verlopen, dan kan dat bedrag aan jou toevallen.

Bankgarantie. Het alternatief voor de waarborgsom: de bank van de koper staat garant voor hetzelfde bedrag, zodat hij zijn geld niet hoeft vast te zetten. Wanneer je er aanspraak op kunt maken, staat in bankgarantie bij verkoop.

Notaris. De notaris stelt de leveringsakte op, controleert eigendom en hypotheken en verzorgt de geldstroom via zijn derdengeldenrekening. Hij is onpartijdig en werkt voor koper en verkoper samen.

Leveringsakte. Ook transportakte of akte van levering genoemd: de notariële akte waarmee het eigendom op de koper overgaat. De notaris schrijft die in bij het Kadaster; pas daarna is de koper officieel eigenaar.

Transportdatum (overdracht). De dag waarop je bij de notaris tekent, de sleutels overgaan en het geld wordt uitbetaald. Andere namen zijn passeerdatum en leveringsdatum. Vlak ervoor doe je samen de eindinspectie.

Meldingsplicht (mededelingsplicht). Als verkoper moet je gebreken melden waarvan je weet dat ze voor de koper van belang zijn, zoals lekkage, verzakking of vervuilde grond. De koper heeft daarnaast een eigen onderzoeksplicht.

Ouderdomsclausule. Hiermee leg je vast dat de woning oud is en dat de koper er geen nieuwbouwkwaliteit van mag verwachten. Het beperkt je aansprakelijkheid voor ouderdomsgebreken. Zie wat is een ouderdomsclausule.

Asbestclausule. Bepaalt dat er asbest in de woning aanwezig kan zijn en dat de koper de kosten van eventuele verwijdering draagt. Je komt hem vooral tegen bij woningen uit de periode waarin asbest gebruikelijk was.

Niet-zelfbewoningsclausule. Komt in het contract als de verkoper zelf nooit in de woning heeft gewoond, bijvoorbeeld bij een geërfd of verhuurd pand. Hij verklaart dan niet te kunnen instaan voor de staat van de woning.

Bouwtechnische keuring. Een inspectie waarbij een deskundige dak, fundering, installaties en kozijnen beoordeelt en de kosten begroot. Kopers nemen hem vaak op als ontbindende voorwaarde. Zie bouwtechnische keuring.

Energielabel. Laat zien hoe energiezuinig je woning is en is bij verkoop verplicht. Een gecertificeerd adviseur stelt het vast. Uiterlijk bij de overdracht geef je het aan de koper.

Erfpacht. De grond is niet van jou maar van bijvoorbeeld de gemeente, en jij hebt het recht die te gebruiken. De voorwaarden en de resterende looptijd wegen zwaar mee in de waarde. Zie wat is erfpacht.

Canon. De vergoeding die je periodiek betaalt voor het gebruik van erfpachtgrond. Die kan jaarlijks zijn, voor langere tijd zijn afgekocht of op een afgesproken moment worden herzien, en juist dat laatste weegt mee voor kopers.

Hypotheek en financiering

Hypotheek aflossen. Bij de overdracht wordt je lopende hypotheek uit de opbrengst afgelost en haalt de notaris de inschrijving bij het Kadaster door. Wat overblijft, is je overwaarde.

Overwaarde. Het verschil tussen de waarde van je woning en de hypotheek die er nog op rust. Bij verkoop komt dat bedrag vrij zodra de hypotheek is afgelost. Zie wat is overwaarde op een huis.

Restschuld. Ontstaat als de opbrengst lager is dan het bedrag dat je nog moet aflossen. Die schuld blijf je houden, tenzij een garantieregeling uitkomst biedt. Bespreek dit vooraf met je geldverstrekker.

Boeterente. De vergoeding die je geldverstrekker kan rekenen als je eerder aflost dan afgesproken en de rente inmiddels lager staat. Niet elke verkoop leidt tot boeterente, en een meeneemregeling kan hem beperken.

NHG. De Nationale Hypotheek Garantie is een vangnet voor kopers: gaat het financieel mis, dan kan een restschuld worden kwijtgescholden. NHG geldt tot een kostengrens die jaarlijks opnieuw wordt vastgesteld. Zie hoe zit het met de NHG-grens.

Verhuur en beleggen

Belegger (investeerder). Koopt een woning niet om er te wonen maar om er rendement mee te halen via huur en waardegroei. Hij rekent met huuropbrengst, kosten en belastingen. Zie woning verkopen aan een belegger.

Beleggingspand. Een woning of gebouw dat wordt aangehouden om te verhuren. Bij verkoop kijkt een koper vooral naar de huurinkomsten, de lopende contracten en het onderhoud. Zie beleggingspand verkopen.

Woningportefeuille. Een verzameling verhuurde woningen in één bezit, die vaak in één transactie van eigenaar wisselt. Verkoop in een pakket scheelt tijd, al kan de prijs per woning anders uitvallen.

Verhuurde staat. De huurder blijft zitten en het huurcontract gaat mee over naar de nieuwe eigenaar. Koop breekt geen huur, dus de koper koopt de huursituatie erbij. Zie verhuurde woning verkopen.

Leegwaarderatio. Het percentage waarmee een verhuurde woning in box 3 lager gewaardeerd mag worden dan de waarde in lege staat. Hoe lager de jaarhuur ten opzichte van de WOZ-waarde, hoe gunstiger de ratio. Zie wat is de leegwaarderatio.

Huurbescherming. Een huurder van een zelfstandige woning kan niet zomaar uit de woning worden gezet: opzeggen kan alleen op wettelijke gronden en met een opzegtermijn. Verkoop is zelf geen opzeggingsgrond.

Opkoopbescherming. Een gemeente kan in aangewezen buurten bepalen dat wie daar een woning koopt, die niet zonder vergunning mag verhuren; de regels staan in de plaatselijke huisvestingsverordening. Voor jou betekent het dat de groep beleggers die daar mag kopen kleiner is.

Bijzondere situaties

Scheiding. Er moet duidelijk worden wie in het huis blijft of wordt uitgekocht, en hoe overwaarde of restschuld wordt verdeeld. Laat de afspraken vastleggen door een notaris of mediator. Zie huis verkopen bij scheiding.

Nalatenschap (geërfd huis). Een geërfde woning valt in de nalatenschap en kan pas worden verkocht als vaststaat wie de erfgenamen zijn en of zij aanvaarden. Vaak moeten meerdere erfgenamen het eens worden. Zie geërfd huis verkopen.

Verklaring van erfrecht. Een notariële verklaring waarin staat wie de erfgenamen zijn en wie namens hen mag handelen. Zonder die verklaring kan de woning niet worden geleverd. Notaris.nl legt de verklaring van erfrecht stap voor stap uit.

Volmacht. Hiermee laat je iemand anders namens jou bij de notaris tekenen, vaak een medewerker van het notariskantoor. Praktisch als je in het buitenland zit of niet aanwezig kunt zijn.

Emigratie. Verkoop je vanuit het buitenland, dan spelen tijdsverschil, volmacht en de uitschrijving uit de basisregistratie mee in je planning. Zie huis verkopen bij emigratie.

Executieverkoop. De geldverstrekker laat de woning gedwongen veilen omdat de eigenaar zijn verplichtingen niet nakomt; de opbrengst ligt daarbij doorgaans lager dan bij een gewone verkoop. Loop je hier tegenaan, zoek dan eerst contact met je geldverstrekker.

Achterstallig onderhoud. Uitgesteld werk dat een koper direct moet oppakken, van een lekkend dak tot verouderde installaties. Op de vrije markt drukt dat de prijs. Zie huis verkopen met achterstallig onderhoud.

Appartement verkopen. Je verkoopt een appartementsrecht: een aandeel in het gebouw plus het exclusieve gebruik van jouw woning. De splitsingsakte, de VvE-stukken en het meerjarenonderhoudsplan horen erbij. Zie appartement verkopen.

Huis verkopen aan de bank. Banken kopen geen woningen, ze verstrekken hypotheken. Wie door betalingsproblemen snel van een woning af wil, kan wel met de geldverstrekker in gesprek over een onderhandse verkoop. Zie kan ik mijn huis aan de bank verkopen.

Verkopen onder de WOZ-waarde. Dat mag: de WOZ-waarde is een belastingwaarde en geen minimumprijs. Verkoop je aan familie of bekenden, dan kijkt de Belastingdienst mee: een te laag bedrag kan als schenking gelden. Zie huis verkopen onder de WOZ-waarde.

Van begrip naar keuze

Termen kennen is één ding, kiezen is iets anders. Via een verkoopmakelaar op de vrije markt is de kans op de hoogste opbrengst het grootst, met courtage, bezichtigingen en een financieringsvoorbehoud als keerzijde. Verkoop je direct aan Nationale Woninggroep, dan ruil je een deel van die opbrengst in voor een vaste datum, geen voorbehouden en geen kosten aan jouw kant. Wat beter uitpakt, hangt af van wat je nu nodig hebt. Zit je met een fiscale of juridische vraag, leg die dan voor aan je notaris of een financieel adviseur.

Benieuwd wat jouw woning direct zou opbrengen? Binnen 24 uur nemen we op werkdagen contact met je op.

Vrijblijvend bod ontvangen

Meer uit de kennisbank

Wat is een woningopkoper?

Hoe een directe woningkoper werkt, waar het geld vandaan komt en waar je op let bij het kiezen van een partij.

Verder lezen →

Wat is mijn huis waard?

Van WOZ-waarde tot taxatie: vier manieren om te weten wat je woning echt waard is.

Verder lezen →

Bankgarantie bij verkoop: hoe zit het?

In een koopcontract staat vaak een bankgarantie of waarborgsom. Dit betekent het voor jou als verkoper.

Verder lezen →